Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
Ilij is reeds weg 11). Hij is toegeloopen op het ge-
rucht 12). Men liep toe (G) van alle kanten 13).
IJ camp, ra. 1*) de 2) grêle f. 3) à la fols. 4) peur, f. 5) A.
6) quand 7) attiser. 8) trop fort. 9) légèrement . 10) après
lui. 11) parti. 12) au bruit. 13) côté, m.
3.
Hij zal zich eene boete 1) op den hals halen. Gij
haalt u de verontwaardiging 2) uwer familie op den
hals. Wij zullen ons nooit schande 3) op den hals
halen. Zult gij die boeken doorloopen? Die man
doorliep (C) het land. ^Us 4) men ziek is, neemt
men zijne toevlugt tot geneesmiddelen. Ondersteunt
de armen. Hij hield eene rede (C) over die zaak.
Wij dongen mede (C) naar 5) dien post 6). Uwe
zuster plukt bloemen in den tuiu. Zouden wij die
groenten plukken? Zij zullen die appelen plukken.
Hij ontving (C) ons zeer koel 7). Men heeft dit
jaar veel vruchten, veel haver en veel hooi verza-
meld. Zult gij veel appelen verzamelen? Ik zeg 8)
u, dat hij zal vlugten.
1) amende, f. 2) indignation, f. 3) houte, f. 4) Quand.
5) à- 6) poste, m. 7) froidement. 8) Je dis.
4.
Zij vlugten uit 1) hun land. Laat hem vlugten.
De vijand is gevlngt ol zal vlugten. Alhoewel hij
vlugt, zoo is hij 2) niet laf 3). Vingt ver 4) van
hier, opdat men u niet tegunhoude 5). Wij zullen
allen eens 6) sterven. Zij zijn in den bloei der
jaren 7) gestorven. Hij stierf (G) aan 8) eenen