Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
botùilUr de Veau, Op dezelfde wijze vervoegt men:
ébouillir , verkoken , en rebouillir, op nieuw koken.
Courir, hard loopen ; avoir couru,, courant,
couru,
A Cours, cours, court; courons, courez, courent.
B Courais. — C Courus, — D Courrai. — E Cour-
rais.
F Coure, — G Courusse. — H Cours, qu'il coure, etc.
Wij gebruiken soms loopen'''' voor y>gaan;^^
b. v. dat kind loopt al-, maar dat gaat zoo niet in
het Fransch. Alsdan zegt men : marcher. — Ver-
voegt even eens: accourir^ toeloopen ; concourir,
mededingen; discourir, eene rede houden; encourir,
ziel» op den hals halen; parcourir, doorloopen ;
recourir, zijne toevlugt nemen, m secourir ^ bijstaan
of ondersteunen.
Cueillir, plukken; avoir cueilli, cueillant, cueilli.
A Cueille. — B Cueillais. — G Cueillis. —
D Cueillerai*
E Cueillerais. — F Cueille. — G Cueillisse. —
H Cueille.
Eveneens worden vervoegd : accueillir, iemand
ontvangen, en recueillir^ verzamelen.
Fuir, vlugten: avoir fui, fuyant, fui.
A Fuis^ fuis, fuit; fuyons, fuyez, fuient.
B Fuyais. — G Fuis. — D Fuirai. — E Fuirais*
F Fuie, fuies, fuie, fuyions, fuyiez, fuient,
G Fuisse (weinig in gebruik). R Fuis, qu ii fuie, etc.