Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
door deze niet slagen. Zij ledigen 6) de flessclien,
die gevuld waren. Braadden (C) zij de vogels, die
geschoten 1) waren? Zoudt gij ook niet eene andere
kleur kiezen? De spoorwegen 8) verkorten den
overtogt 9). Hij zal zijn huisgezin verrijken, ten zij
hij ongelukken onderga.
1 Si. 2) élargir. 3) car. 4) mériler. 5) iletre. 6) vidcr.
7) luer, 8) cliemin de ter , m. 9) trajet, in.
6.
Wij zouden niet eindigen, zoo wij alles verhaalden ,
wal wij gezien hebben. Indien gij dien kant l) gaal,
zult gij uwen weg verkorten, flij sprak op een
bitteren toon 2) tot degenen, die hem waarschuwden
voor 3) de gevolgen van zijn onvoorzigtig gedrag.
Hij eischte 4) de betaling 5) dier schuld 6); maar
hoewel hij hem bedreigde en heai waarschuwde,
bleven 1) al zijne pogingen vruchteloos 8). Die jon-
geling is onbezonnen 9); hij zal in 10) niets slagen.
Laten wij onzen geest met 11) nuttige kundigheden
verrijken. Denkt na over 12 hetgene ik u de vorige
week gezegd heb, toen gij met mij in den tuin
waart.
1) par li. 2) d'un ton acerbe. 3) de. 4) exiger. 5) paye-
uienl, lu. 6) dette, f. 7) rester. 8) inutite. 9; e'tourdi.
10) a. 11) dc. 12) sur.