Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
VIER EN DERTIGSTE LES.
TWEEDE VERV0EG1\0.
amir fini; fin-issant; fini,
il^ elle
Fin-ir, eindigen;
Je, tu,
A Fin 'is, is,
B Fin'iss-ais, ais,
C Fin 'is, is,
D Fin-i -rai, ras.
E Fin^i -ruis, rais,
F Fin»iss e, es. e;
G Fin 'isse, issns, it;
H — Fin^is, isse;
Vervoegt op dezelfde wijs alle regelmatige werk-
woorden, die op ir eindigen.
ait ;
if;
ra ;
rait;
e;
it;
nous,
is sons,
issions
îmes,
rons,
rions,
ions
vous,
issez ,
iez,
îles.
rez,
riez,
iez,
issions, issiez »
issoîis, issez,
ils, elles.
issent,
aient.
irent.
ront.
raient,
ent.
issent.
issent.
OEFEHVIIVOEiV.
1.
Ik verkort 1) den weg; hij vereffent 2) de moei-
jelijkheden 3). Zij voedt 4) hare kuikens 5). Wij
waarschuwen uwen hroeder. Zij bouwen 6) schoone
huizen. Gij kiest 7) eene leelijke 8) kleur 9). Ik
vulde 10) de flesch met wijn. Hij eindigde dezen
morgen zijn werk. Zij banden den vreemdeling 11)
uit hun gezelschap 12). Wij loofden 13) de Voor-
zienigheid 14). Wij onderginge7i 15) (C) de straf.
Gij slaagdet 16^ (C) in die onderneming. Hij