Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
G8
OEFENiniGEni.
1.
Ik bemin mijnen vader en mijne moeder, dewijl 1)
zij mij verzorgen 2) in mijne jeugd. Gij vertelt 3)
ons een goed nieuws. Wij begieten 4) onzen tuin.
Zij vallen den vijand aan 5). Ik gaf dit speelgoed
6) aan mijne zuster, en zij gaf mij het boek, dat
ik haar gevraagd heb. Wij begoten (C) onze bloe-
men. Wij bewonderen 7) de schoonheid van dat
landschap 8). Wij bewonderen altijd de schoonheid
van die schilderijen. Wij ontbijten dezen morgen
te acht ure. Wij ontbeten gisteren te half acht.
Gij denkt altijd aan uwe ongelukken; maar zij den-
ken nooit aan hunne piigten.
1) puisque. 2) soigner. 3) annoncer. 4) arroser. 5) atta-
quer. 6) joujou, m. 7) adrairer. 8) paysage, m.
2.
Ik zal dien brief openbreken 1). Ik zou de fouten
in dat opstel verbeteren 2). Gij zult uwe moeder
troosten 3). Gij zult uwen brief verzegelen 4). Hij
zal zijnen vriend vergelen 5). Hij zou zijnen toorn
6) stillen 7). Zij zou de school vegen 8). Zij zal
hare vertelling 9) beginnen. Wij zullen het gevaar
vermijden 10). Wij vermijden het gevaar. Wij zou-
den die zwarigheden 11) overkomen 12). Gij zoudt
de schoonheid van dat landschap bewonderen. Gij
zult mijn gedrag 13) veroordeelen. Zij zouden hem
beschermen 14). Wij zullen haar troosten. Zij zal
mij vergeten. Zij stilde (C) zijnen toorn. Wij verme-