Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
9.
Hij was gisteren avond niet ongerust l). Zoodra
gij in de gelegenheid geweest zijt. Nadat zij ziek
geweest waren. Toen wij in Utrecht geweest waren.
Zoodra gij in de gelegenheid geweest waart. Nadat
ik uwen brief gehad had. Is uw broeder ziek ge-
weest? Zijn onze vrienden heden vertrokken? Was
uw vriend niet in de kerk geweest? Zou zijn vader
hoos 2) op 3) hem zijn? Zou die man goede koop-
waren hebben? Zal die vrouw veel geld hebben?
Zouden die kooplieden veel vrienden gehad hebben?
1) inquiet. 2) fâché. 3) contre.
10.
Zou die man nooit ontevreden geweest zijn? Zou
die vrouw nooit ziek geweest zijn? Zouden onze
vrienden en de hunnen ook niet ontevreden zijn?
Zouden uwe vriendinnen en de mijnen slechts ver-
driet hebben? Zou die wijn slechts in den kelder
zijn? Zouden die bloemen niet ontloken 1) zijn?
Zou die man slechts ongehoorzame kinderen hebben?
Zal die vrouw slechts ééne kamer in haar huis heb-
ben? Zuilen die vrouwen slechts te Brussel geweest
zijn? Ofschoon hij goede vrienden gehad hebbe.
Alhoewel mijn vriend vertrokken zij. Zijn, zijnde
geweest, geweest zijn, hebbende gehad. Veel geduld
gehad hebbende.
1) éclos.
•HCl"