Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Sans qu'il eût été, Zonder dat hij geweest
ware.
Avant que nous eussions Alvorens wij géweest wa-
été, ren.
Supposé que vous eussiez Verondersteld dat gij ge-
été, weest wäret.
Bien qu'ils eussent été. Alhoewel zij geweest waren.
Een werkwoord kan op vier verschillende wijzeä
VÈS-voegd worden : l«. bevestigênder tvijSé (älilrma-
tivement), 2". ontkennender wijze (négativement),
3". vragender wijze (interrogativement), 4°. ontkennend
wagender mjze (négativement par interrogation).
1®. Bevestigender wijze. — Door het onderwerp
vóór het werkwoord te plaatsen, zoo als in boven-
staande voorbeelden.
2°. Ontkennender wijze. — Door het woordje ne
achter het onderwerp te plaatsen, en een der volgende
■woorden achter het werkwoord :
pas, niet. aucun, geen eeD.
point, geen. ni, noch.
jamais, nooit. nullement, geenszins.
rien, niets. que, slechts.
plus, niet meer nul, geen.
personne, niemand, pas non plus, ook niet.
rien non plus, ook niets, jamais non plus, ook nooit.
Indien een dezer woordjes bij een werkwoord staat,
dat een onbepaald voorwerp bij zich heeft, dan ver-
anderen du, de la, de l' en des in de, behalve met
ne.... que, en het woordje ni verwerpt dan het lid-
woord geheel.