Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
IMPARFAIT.
J'avais,
Tu avais.
Il avait,
Nous avions^
Vous aviez.
Ils avaient,
PASSÉ DÉFINI.
feus,
Tu eus.
Il eut^
Nous eûmes,
Vous eûtes,
Ils eurent,
PASSÉ INDÉFINI.
Tai eu.
Tu as eu.
Il a eu,
Nous avons eu,
Vous avez eu,
Il ont eu,
PLUS-QDE-PARFAIT.
J'avais eu.
Tu avais eu.
Il avait eu.
Nous avions eu,
Votis aviez eu,
Ils avaient eu.
ONVOLM. VERLEDEN TIJD.
Ik had.
Gij hadt.
Hij had.
Wij hadden.
Gij hadt.
Zij hadden.
BEPAALD VERLEDEN TIJD.
Ik had.
Gij hadt.
Hij had.
Wij hadden.
Gij hadt.
Zij hadden.
ONBEPAALD VERL. TIJD.
Ik heb gehad.
Gij hebt gehad.
Hij heeft gehad.
Wij hebben gehad.
Gij hebt gehad.
Zij hebben gehad.
MEER DAN VOLM. VERL. TiJD.
Ik had gehad.
Gij hadt gehad.
Hij had gehad.
Wij hadden gehad.
Gij hadt gehad.
Zij hadden gehad.