Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
op de kermis 4) zag 5). Vele menschen denken fi)
dat het geld hen gelukkig maakt 1); maar ik geloofd)
dat een goed geweten 9) veel beter is 10) om gelukkig
te zijn. Die beminnelijke meisjes hebben ieder haar
werk afgemaakt 11). Ieder van die arme menschen
kreeg 12) een pond vleesch en drie brooden van den
heer 13) des dorps.
1) n'alme pas. 2) méritent. 3) d'être punis. 4) foire, f.
5) ik zag: je vis. 6) pensent. 7) rend heureux. 8) crois.
9) conscience, f. lO vaut infiniment mieux. 11) hebben
afgemaakt: ont achevé. 12) reçut. 13) seigneur, m.

EEN EN DERTIGSTE LES.
Nu zuilen wij aan de werkwoorden beginnen. Bij
deze woorden moet gij letten op de getallen (les
nombres), de personen (les personnes), de tijden (les
temps) en de wijzen (les modes).
Als de handeling door één persoon of ééne zaak
verrigt wordt, dan is zulks het enkelvoudig getal (Ie
singulier).
Je mange. Ik eet.
Je donnais. Ik gaf.
Tu chanteras. Gij zult zingen.
II a chanté, Hij heeft gezongen.
4*