Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
te groeten 4). Spreek geen kwaad 5) van een ander.
Ik zie iemand. Wien ziet gij? Ik zie niemand
dan 6) u. Ieder heeft gebreken. Uwe moeder en
de zijne hebben iemand ontmoet 6°), dien gij kent 7).
Iemand, die mij bemint 8), en dien gij kent, heeft
mij dat boek gegeven 9). Al wie lui is, maakt zich
strafbaar 10). Beiden zijn strafbaar. Beiden hebben
geslapen 11).
1) si. 2) racontent. 3) heeft verzocht: a prié. de . . .
saluer. 5) Ne médisez pas. 6) que. 6*) hebben ontmoet: ont
rencontré. 7) vous connaissez. 8) aime. 9] heefl gegeven : a
donné. 10] se rend punissable. 11 j dormi.
3.
Ik zal zijn en ik zal hebben, wij zullen zijn en
wij zullen hebben. De grootste kamer in uw huis
en in het mijne en de slapste pennen. De ongeluk-
kigste menschen zijn diegenen, die ontevreden zijn
met 1) hun lot 2). Men vindt het beste koper in 3)
Zweden, en het beste tin in Engeland. Men heeft
de beste boter en de beste kaas in ons vaderland.
Degene die lui is, verliest 4) zijnen kostelijken 5)
tijd. Deze stalen pennen behooren 6) aan mijnen
broeder en aan mij.
1] de. 2] sort, m. 3) en. 4] perd. 5] pre'cieux. t
6] appartiennent,
4.
Men bemint niet 1) de hoofdige kinderen. De-
genen die achteloos zijn, verdienen 2) gestraft te
worden 3). Ik heb hem gezegd, dat niemand hier
geweest is. Ieder kent den man, dien ik gisteren