Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
men bij het gebruik van dien persoon tevens de be-
zittelijke' bijvoegelijke naamwoorden en voornaam-
woorden daarmede moet laten overeenstemmen , dat
wil zeggeu, als gij tu, te, toi, gebruikt, dat gij
niet votre, vos; Ie vôtre, les vôtres moogt ge-
bruiken, maar ton, ta, tes; le tien, la tienne,
les tiens, les tiennes.
Vooreerst gebruikt men tu, enz. als men tot God
spreekt in het gebed.
Ten tweede, als men op eenen vermanenden toon
tot een enkel persoon spreekt.
Aime ton prochain comme Bemin uwen naasten als u
toi-même, zeiven.
Ten derde, als men op eenen vertrouwelijken toon
spreekt, bij voorbeeld, zoo als twee vrienden met
elkander.
Ten vierde, als een meerdere tot een mindere
spreekt; bij voorbeeld: een vader lot zijnen zoon,
een heer tot zijnen bediende, een baas lot zijnen
knecht.
Ten vijfde, als men met minachting spreekt.
Hél spreekt van zelve, dat men in die gevallen
evenwel vous, votre enz. gebruikt, als men meer
dan eenen persoon aanspreekt.
Behalve die vijf gevallen moet men altijd iemand
met vous aanspreken ; en als dit vous op meer dan
eenen persoon ziet, dan krijgt hel bijvoegelijke naam-