Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
DERTIGSTE LES.
Je serai laborieux, Ik zal arbeidzaam zijn.
Tu seras peureux, Gij zult vreesachtig zijn.
Il sera nonchalant. Hij zal achteloos zijn.
Elle sera inconsolable. Zij zal ontroostbaar zijn.
On sera parti. Men zal vertrokken zijn.
Nous serons reconnaissants. Wij zullen dankbaar zijn.
Vous serez ingrats. Gij zult ondankbaar zijn.
lis seront opiniâtres. Zij zullen hoofdig zijn,
Elles seront aimables, Zij zullen beminnelijk zijn.
Over dc onbepaalde Voornaamwoorden.
(des pronoms indéfinis.)
Deze woorden geven ons onbepaalde personen te
kennen. Zij zijn de volgende:
On, Men
Chacun, Ieder.
Quelqu'un, Iemand.
Personne, Niemand.
Quiconque, Alwie
L'un l'autre, Elkander.
L'un et l'autre, Beide.
Autrui, Een ander.
Dit laatste wordt allijd met een voorzetsel ge-
bruikt, en is zeer onbepaald.
Nu wij van de voornaamwoorden afstappen, zal ik
u leeren, wanneer men den tweeden persoon des
enkelvouds gebruikt. Maar onthoudt vooraf, dat