Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
en bij dien. Kent gij mij? Ik ken u. Hij geefl
mij het geld voor deze maunen en voor die.
I) Connaissez-vous. 2) Je connais. 3) à. 4) chez.
NEGEN EN TWINTIGSTE LES.
Je fus à Londres,
J*eus été à Vienne,
Tu fus à Bruxelles,
Il eut été à Anvers,
\
Il fut à Liège,
Elle eut été à Gand,
Nous fûmes retournés.
Nous eûmes été sortis.
Vous fûtes malade ,
Vous eûtes été en bonne
santé,
Us furent téméraires,
Ils eurent été courageux.
Ik was te Londen.
Ik was te Weenen geweest.
Gij waart te Brussel.
Hij was te Antwerpen ge-
weest.
Hij was te Luik.
Zij was te Gent geweest.
Wij waren teruggekeerd.
Wij waren uitgegaan ge-
weest.
Gij waart ziek.
Gij waart in goede gezond-
heid geweest.
Zij waren vermetel.
Zij waren moedig geweest.
Over dc betrekkelijke Voornaainwoordeu.
(des pronoöis relatifs.)
Gij weet nog wat een voorstel is, niet waar?
Meestal zijn twee of meer voorstellen met elkander
verbonden. Ik heb den man is een voorstel,
als ook: ik heb den man gezien. Als men nu die
twee voorstellen met elkander verbinden wil, dan kan