Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Gij moet trachten u niet te vergissen in het ge-
bruik van -ei en -la. Als ik zeg: dit huis en dat
van mijnen vader, c^Ue maison el celle de mon
père, dan is het onnoodig -la bij celle te plaatsen.
Waarom? Omdat de mon père genoegzaam bepaalt.
OEffEIVIIVGEN.
1.
Deze tuin is groot; die is grooter, maar die van
mijnen vader is de grootste. Dat huis is groot; dit
is grooter, maar dat van den advocaat is het grootste.
Die appelen zijn rijp; maar deze waren niet rijp.
Die tulpen en die leliën zijn fraai, en die jasmijnen
zijn ontloken 1). Wij waren in dien tuin geweest;
maar wij hadden er uwen vader niet gezien 2).
De studie 3) van mijnen broeder was gemakke-
lijk 4); maar die uws neefs was ongemakkelijk 5)
geweest.
1) éclos. 2) hadden er met gezien: n'y avions pas vu.
3) étude, f. 4) facile. 5) difficile.
2.
De straten in deze stad zijn regt 1); maar die
van het dorp zijn krom 2). Ik spreek niet van dien
boomgaard, maar van dezen, en gij denkt niet aan
deze groenten, maar aan die. Ik geef hem den
raad 3) mijns vaders en dien van den uwen. Wij