Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
ACHT EN TWINTIGSTE LES.
fêtais curteua)^
J'avais été à Paris,
Tu étais obéissant.
Il avait été désobéissant,
Nous étions à Véglise.
Nous avions été hors de
ville.
Vous étiez opiniâtre.
Vous aviez été en haut.
Ils étaient en bas^
Elles avaient été chez mon
père,
Ik was nieuwsgierig.
Ik was te Parijs geweest.
Gij waart gehoorzaam.
Hij was oügehoorzaaai ge-
weest.
Wij waren in de kerk.
Wij waren uit de stad ge-
weest.
Gij waart hoofdig.
Gij waart boven geweest.
Zij waren beneden.
Zij waren bij mijnen vader
geweest.
Otci' dc aauwiïzcndc Yoornaainwoordcii.
(des PaOXOMS DÉJIONSTRATIFS.)
Deze woorden staan in de plaats van zelfstan-
dige naamwoorden, om de voorwerpen, als het
ware, met den vinger aan te wijzen. Als ik zeg:
deze man^ die vrouw, dan zijn deze en die aan-
wijzende bijvoegelijke naamwoorden; maar zeg ik:
deze man is grooter dan die, dan is die een aan-
wijzend voornaamwoord; want het slaat in de plaats
van die man. Gij kunt die voornaamwoorden door
de volgende voorbeelden leeren :
Ce jardin et celui de mon Deze tuin en die mijns
père, vaders.
Celte maison et celle de mon Dit huis en dat mijns ooms.
oncle,