Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
3.
Daze appelen zijn voor u en voor hem; maar
deze peren zijn voor uwen neef. Wij geven 1) hem
boeken, en zij geven 2) haar spelden en naalden.
Gij zult met hem gaan naar 3) den schouwburg 4).
Wij waren toen zeer ongerust, maar gij waart onte-
vreden. Ik leen u mijne teekenpen, en hij geeft mij
papier, inkt en pennen. Hij bewijst mij eene dienst.
Zijt gij boos op mij? Neen, ik ben boos op hem;
hij heeft mijne lei gebroken 5). Denkt 6) gij aan
mij? Neen, ik denk aan haar en aan den broeder
van mijnen vriend. Hebt gij aan die zaak gedacht?
Ja, ik heb er aan gedacht.
1) donnons. 2) donnent. 3) a. 4) spectacle, ni. 5) heeft
gebroken: a cassé. 6) Pensez.
4.
Hij geeft 1) ons geld. Hij geeft hem eenen goe-
den raad 2). Hij geeft u wit papier en zwarten
inkt. Hij geeft hun een fransch boek. Hij geeft mij
rijpe perziken. Hij bemint 3) mij. Hij bemint ons.
Hij bemint hem. Hij bemint haar. Hij bemint u.
Ik leen u eenen glazen inktkoker. Ik leen haar een
fraai speldenkussen. Ik leen hem een nuttig boek.
Ik leen hun eene ronde tafel. Ik was gisteren in
den tuin bij uwen vader, en ik gaf 4) hem den
brief. Hij is somtijds in de grootste verlegenheid.
1) donne. 2) avis, m. 3) aime. 4) donnai.
5.
Een goed en naarstig kind is altijd gehoorzaam
aan zijnen meester. Ww roept mij 1)? Hij en ik.