Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
Les pronoms possessifs, de bezittelijke voornaam-
woorden.
Les pronoms démonstratifs, de aanwijzende voornaam-
woorden.
Les pronoms relatifs, de betrekkelijke voornaam-
woorden.
Les pronoms absolus, de onopzigtelijke voor-
naamwoorden.
Les pronoms indéfinis, de onbepaalde voornaam-
woorden.
Over de Persoonlijke Voornanmwoordeii.
(des pnonoms personnels.)
De woordjes: je, tu, il, elle, nous, vous, ils
en elles, die gij reeds kent, beeten persoonlijke
voornaamwoorden; want zij geven personen te kennen.
Zoo als gij die tot hiertoe hebt leeren gebruiken,
komen zij als onderwerp (sujet) voor.
Maar als nu die personen de handeling moeten
ondergaan, dat is, als zij het voorwerp {Ie complé-
ment direct) van het werkwoord moeten zijn, dan
heeft er met die woorden eene merkbare verandering
plaats, zoowel in het Nederlandsch als in het Fransch.
Als ik zelf de handeling verrigt, dan zeg ik : ik zie
den man; maar als ik die handeling onderga, dan zeg
ik : de man ziet mij. Ik verandert dus in mij. Door
het volgende, dat gij goed van buiten moet leeren,
zult gij zien, hoe alsdan al die woordjes veranderen.
Je vois l'homme, ik zie den ( L'homme me voit, de man
man. | ziet mij.
Je wordt dus me.