Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
181
29.
Emplois da verbe
PORT EK.
Vous ne saurez porter cela
(tune main.
Portez ces papiers dans
mon cabinet.
Ce cheval porte cinq cents
pesant.
Cette rivière porte bateau,
{est navigable).
Il ne porte jamais d'argent
sur lui.
C'est un habit qui n'a ja-
mais été porté.
Il porte le deuil d'une per-
sonne.
Vous portez bien les bras
en dansant.
U porte tout l'air d'un
franc maraud.
Il ne se porte pas trop bien
depuis quelques jours.
Il est porté à médire.
Ses amis l'ont porté à faire
cette démarche.
Cet arbre porte de beaux
fruits.
Gij zult dit met eene hand
niet kunnen dragen.
Breng die papieren o|) mijne
studeerkamer.
Dat paard draagt vijfhon-
derd pond gewit!t.
Die ri?ier is bevaarbaar.
Hij heeft nooit geld bij
zich.
Dat is een kleed, dat nooit
gedragen is.
Hij draagt rouw over
iematid.
Gij houdt uwe armen wel
bij het dansen.
Hij ziet er geheel uit als
een gemeene kerel.
Hij bevindt zich sedert
eenige dagen niet al te
wel.
Hij is tot kwaadspreken
geneigd.
Zijne vrienden hebben hem
tot dien slap overgehaald.
Die boom draagt schoone
vruchten.