Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
178
26. .
Emplois da verbe
PEAiSEK.
L'homme est capable de
penser.
Cet homme pense avec jus-
tesse.
Avant de parler il faut
penser.
Je pensais à aller vous
voir.
C'est un homme qui se
perdra, s'il ne pense à
lui.
Vous avez des ennemis,
pensez à vous.
J'ai pense' être noyé.
Les vayues ont pensé abî-
mer le vaisseau.
J'ai pensé une chose qui
vous tirera d'affaire.
Voilà ma façon de penser.
Vous dites cela, mais y
pensez-vous?
De mensch is bekwaam om
te denken.
Die man redeneert met
juistheid.
Alvorens te spreken moei
men nadenken.
Ik meende u te komen
bezoeken.
Dal is een man, die zich on-
gelukkig zal maken, als
" hij niel op zijne hoede is.
Gij hebt vijanden, wees
op uwe hoede.
Ik ben op het punl ge-
weest van te verdrinken.
De golven zijn op liet punt
geweest hel schip te ver-
zwelgen.
Ik heb iets bedacht, dat u
uit den nood zal helpen.
Dal is mijne denkwijze.
Gij zegt dat, maar meent
gij het?