Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
Il a étd piqué par une guêpe.
La sauterelle est un insecte
qui saute à l'aide de ses
deux pattes postérieures.
f
Les enfants s'amusent à
faire voler des hanne-
tons , en les tenant atta-
chés au bout d'un fil.
Les hannetons ont des an-
tennes courtes, Jrange'es
à leur extrémité.
La cloporte a une grande
quantité de pattes.
La scolopendre en a davan-
tage , et vit dans le bois
pourri ou sous les pier-
res.
Hij is door eene wesp ge-
sloken geworden.
De spiinkiiaan is een in-
sekt, dat springt door
middel van zijn twee
aciilerste pooten.
De kinderen vermaken zich
met de meikevers Ie
doen vliegen, door hen
aan het einde van eenen
draad vast te houden.
De meikevers hebben korte
voelhorens, die aan hun
uiteinde als franjes ge-
vormd ziju.
De pissebed heeft eene
groote menigte pooten.
De duizendpoot heeft er nog
meer, en leeft in verrot
hout of onder de steenen.
20.
Les chenilles rongent les
feuilles des arbres.
On emploie fréquemment
De rupsen knagen de bla-
deren der boomen.
Men gebruikt dikwijls