Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
160
du raifort, des fèves et
des vesces.
Le coha fournit une huile
bonne à brûler.
Les racines de la garance
fournissent une belle
teinture rouge.
Les choux et la laitue se
pomment quand ils mû-
rissent.
menas, boonen en dui
venboonen.
Het raapzaad verschaft eene
olie, die goed is om te
branden.
De wortels van de meekrap
geven eene schoone
roode verwstof.
De kooien eu de salade
sluiien zich, als zij rijp
worden,
9.
Venveloppe verte des noix
s'appelle le broti ou
l'écale.
L'enveloppe ligneuse de la
noix s'appelle la coque.
Les cerneaux se trouvent
dans la coque.
Les prunes, les cerises et
les pêches ont des noyaux
au dedans.
Les pommes et les poires
ont des pépins.
On ne mange pas la pe-
lure de la pomme.
Het groene omkleedsel der
noten heet de bolster.
Hel houtachtige omhulsel
der noot heet de schaal.
De pitten der noten bevin-
den zich in de schaal.
De pruimen, kersen en
perziken hebben steenen
van binnen.
De appelen en peren heb-
ben pillen.
Men eet de schillen vau
den appel niet.