Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
OM WOORDE?i TE LEEREPi.
L
Ce fermier a perdu tout
son bétail.
Ces étables sont remplies
de différents bestiaux.
Il y a des bétes à cornes, des
bêtes de somme et des
betes féroces.
Ce chasseur a une belle
meute.
Il y a des chiens d'arrêt,
des chiens courants, des
épagneuls et des lévriers.
Il y a aussi des barbets,
des mâtins, des bassets
et des limiers.
La chienne est la femelle
du chien.
Et le matou est le chat
mâle.
Die boer heeft al zijn vee
verloren.
Die stallen zijn vol met
verschillend vee.
Er zijn hoornbeesten, last-
beesten en wilde bees-
ten.
Die jager heeft een fraai-
jen troep honden.
Er zijn leghonden, jagt-
honden, patrijshonden en
hazewindhonden.
Er zijn ook krulhonden,
bulhonden, brakken en
speurhonden.
De teef is het wijfje van
den hond.
En de kater is het man-
netje van de kat.
11*