Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
151
15.
De boeren melken dagelijks 1) de koeijen. Wij
volgen den goeden raad, dien men ons geeft. Wij
drinken water, maar gij drinkt wijn. Zult gij een
kopje thee drinken? Ik drink nooit thee noch kofTij;
men zegt, dat het frissche water gezonder is. We-
tende dat gij komen zoudt, ben ik te hy»» gebleven 2).
Meenende dat die boom nog groeijen zou, heb ik
hem gesnoeid 3). Uwen brief lezende, verwonderde 4)
ik mij over den inhoud 5). Klagende over hoofd-
pijn 6), is hij gaan slapen. Belooft mij, dat gij u
goed gedragen zult. Waciit, totdat ik u roep. Neemt
hetgeen men u aanbiedt. Herinner u, dat de lijd
kostbaar is. Laat ons den tijd wel gebruiken. Er
is iemand, die u wenscht te spreken.
1) journellement. 2) rester. 3) élaguer. 4) s'ctuiiner.
5J contenu, ui. 6) de mal de téle.
16.
Ik wenschte 1), dat gij de deugd bemindel, dal gij
uwe ouders eerdet 2), dat gij uwe lessen leerdel,
dat gij met vlijt werktet, dat gij uwe kundigheden
uitbreiddet, dat gij uwe belofte vervuldel; dat gij
nuttige boeken lazet, dat gij van niemand kwaad
Sprakel, en dat gij uïet ingetogenheid 3) leefdel. Ga
zitten, mijn vriend, en vertel mij hetgene gij gezien
en gehoord hebt. Ik zal niel gaan zitten, want ik
heb niet veel tijd; het zal voldoende zijn, dal ik u
de zaak in een paar woorden 4) mededeel. Ik
voorzag (C) dal dit gebeuren 5) zou; maar ik heb er
11