Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
kunnende, waardig zijnde , wachtende, mishagende,
meli<ende, verschijnende, vernielende, tegensprekende,
lagchende, lezende, geloovende, groeijende, beslui-
tende. bereikende, klagende, belovende, loerende,
vrijsprekende, levende , volgende, overwinnende,
verknopende, vechtende, nemende, verdwijnende,
onderwijzende, hoorende, vreezende, noodzakende,
moetende, stervende, zendende.
1) different.
7.
Maakt van al die bedrijvende deelwoorden eens
lijdende deelwoorden.
8.
Kunt gij lezen? Zou hij kunnen dansen? Zal
die man zijn werk afmaken 1)? Weet, dat de lui-
aards 2> ongelukkig zijn. Herinnert gij u niet, dien
man gezien te hebben? Er is iemand hier geweest.
Neemt gij de lessen niet ter harte, die men u geeft ?
Ik ken die les van buiten 3); maar ik zal ze nog
eens 4) overleeren 5). Vertel 6) ons, bid ik u,
wat 7),gij gezien hebt, en wal gij gedaan hebt. Hij
werd te Rotterdam geboren (C). Van welke middelen
zullen zij zich bedienen? Door de zuinigheid 8) kan
men rijk worden. Ik denk wel, dat hij zijnen neef
overleven zal. Hij is geheel 9) verstijfd 10) van
koude. Die boom is zoo dik 11) dat twee personen
hem niet 12) zouden kunnen 13) omvatten 14).
1) acliever. 2) paresseux, m. 3) par cœur. 4) encore.
5) rapprendre. 6) conter. 7) ce que. 8) e'conomic, f.
9) tout. 10) transir. 11) gros. 12) ne. 13 savoir.
14) embrasser.