Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
niet beklagen, die des winters in de armoede ver-
smachten 17)? Alhoewel hij voorgaf 18) ziek te zijn,
bemerkte ik wel, dat hij veinsde. De moerbeziën
verwen 19) de handen en de lippen rood 20, als
men ze eet. Wij zullen dat laken verwen.
1) dépeindre. 2) enfreindre. 3) journellemcnl. 4) comman-
dement, m. 5) éteindre. 6) feindre. 7) paysage, m. 8) à l'a-
quarelle. 9) peindre. 10) se plaindre de. 11) brièveté, f.
12) précieux •]-. 13) gaspiller. 14) plaindre. 15) enjoindre.
16) de...... rendre à. 17) croupir. 18) faire semblant de.
19) teindre. 20) en rouge.
3.
Voegt de handen zamen, en sluit de oogen, wanneer
gij bidt. Veins nooit, want men bemint de dubbel-
hartigheid 1) niet. Laat ons dien man beklagen ;
want hij is zeer ongelukkig. Laat ons nooit de wetten
overtreden. Verondersteld dat zij hun doel bereikten.
Wij verbinden ons 2) niet aan die onredelijke 3)
voorwaarden. Men heeft die stad met muren om-
ringd 4). De officieren omgorden zich 5) met sjer-
pen 6). De zon doet alle kleuren verschieten 7). I>ie
lakens verschieten 8) niet. De droogte scheidde (C) 9)
de planken 10) van die deur. Zij beperkten (G; 11)
zijn gezag. Zijn gezag was reeds beperkt. De gevan-
gene 12) was ontsnapt 13); men heeft hem achter-
haald 14). De stad was genoodzaakt zich over te
geven 15). Heeft hij niet gevreesd, dat men hein
achterhalen zou?
1) duplicité, f. 2) s'astreindre. 3) déraisonnable f. 4) en-
ceindre. 5) se ceindre. 6) écharpe, f. 7) déteindre. 8) se dé-
teindre. 9) disjoindre. 10) ais, m. 11) restreindre. 12) pri-
sonnier, m. 1,3) s'échapper. 14) ralteindre. 15) de se rendre.
•1 m—