Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
diensten bewezen 6) heeft? Zoudt gij uwe ink07n-
steii 7) niet vermeerderen 8), als gij begreept (B), wat
gij doen moet? Hebt gij den man gekend, die gis-
teren gestorven is? Ofschoon ik hem gekend hebbe.
Ingeval het water der rivier afneme. Uit vrees dat
hij mij herkende. Ingeval de boomen niet groeiden.
Ten zij gij hem kendet. Verondersteld dat hij ver-
schijne.
1) sensiblement. 2) décroître. 3) croître. 4) sécheresse, f.
5) a recroître. 6) rendre. 7) revenus, m. pl. 8) accroître.
3.
Vele menschen worden geboren en sterven, zonder
dat zij de waarde 1) des levens gekend hebben. Die
twee vrienden werden denzelfden dag geboren (C).
Hij is te Parijs geboren. Alles wat geboren wordt,
sterft eenmaal 2). De koeijen en de schapen grazen
in de weide. Wij worden geboren in eenen slaat 3)
van de grootste zwakheid 3"), niets wetende, niets
kennende; maar het dier weet in 4) zijne behoeften
te voorzien, kort na zijne geboorte 5). Zijn wij
dan minder dan de dieren ? Neen, want ofschoon
wij zwak geboren worden, vermeerderen onze ver-
mogens 6) meer en meer 7) ; terwijl 8) het dier niet
verder 9) gaat, en zijn instinkt 10) niet veel uit-
breidt. 11).
1) prix, m. 2) un jour. 3) ét.it, m. 3*) faiblesse , f. 4J à.
5) peu après sa naiss^ince, 6) faculté, f. 7) de plus en plus.
8) tandis que. 9) plus loin. 10) instinct, m. 11) étendre.
4.
Kent gij iets
aan spoken 3)
4.
belagchelijkers 1) dan geloof te slaan 2)
)? Gij gelooft zeker 4) niet aan die
10