Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
ZES EN VEERTIGSTE LES.
Onrcg;elmalis;e Tl erkwoordeu in
AiruE cn OiTUE.
Connaître, kennen; ayant connu, connaissant,
connu.
A. Connais, connais, connaît; connaissons, connais-
sez, connaissent. — B. Connaissais. — C. Con-
nus. — Ü. Connaîtrai. — E. Connaîtrais. —
F. Connaisse. — G. Connusse. G. Connais.
Gij ziet, dat deze vervoeging veel overeenkomst heeft
met die van plaire; behalve dat in deze twee ss
voorkomen, waar in plaire slechts eene s is.
Alle werkwoorden, die op aitre en ottre eindigen,
zoo als: croître, groetjen; paraître, schijnen enz.,
worden aldus vervoegd , behalve :
Naître, geboren worden, dat in den passé délim
heeft: je naquis, tu naquis, il naquit; nous na-
quîmes, vous naquîtes, ils naquirent; en dus ook
in den imparf. du subj. : afin que je naquisse, enz.
Het participe passif is né.
Paître, weiden of grazen, heeft geen passé défini
en geen participe passif.