Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
dersclirijven (6®)? Met ChrisfeTKlom 7) verbiedt zijne
vijjHiden Ie vervloeken. Geloof niets van lietgene bij
u zegt. Deze som is niet voldoende om 8) uwe
schulden 9) te belalen. Al zijn geld is niet voldoende
geweest om die som te belalen. Ofschoon wij hem
schreven, hij antwoordde (G) ons niet. Verondersteld
dat zij lachten, zouden wij het u niet zeggen.
1) du blen. 2) vertaalt: drinken on eten. 3) Inrme, f.
4) lépnndre. 5) üsle, f. 6) iiiscrire. 6*; souscrire.
7) Cliristianisnie, m. 8) pour. 9) delle, f.
3.
Zij geloofden (H) niet alles wat gij zeidet, en zij zullen
er nooit veel van 1) gelooven. Men heeft hem den
ingang 2) ifi 3) de stad onfzegd 3*). Waarom ont-
zegt gij hem uw huis niel? Ik weet niet wat gij
zegt. Zij spreekt van iedereen kwaad 4); daarom 5)
zullen wij haar ons huis ontzeggen. Zou zij ook van
u kwaadgesproken hebben? Zullen wij dengene ge-
looven, die allijd liegt? Lie^ nooit, uit vrees dat
men u niet meer geloove. Een ligte 6) vcrmoeije-
nis 7) zou voldoende zijn otn hem ziek te maken 8).
Gij hebt geloofd 5 dat hij een vlijtig leerling was;
njaar gij hebt u bedrogen, Ik heb al die boeken
gelezen, maar zij hebben mij niel behaagd.
1) en. 2) entree, f. 3) de. 3*) interdire. 4) médire.
5) voita pourquoi. 6) léger, 7) fatigue, f. 8. pour.... rendre.
4.
Gij zult lagchen, als ik u die grap vertel; maar
gij zult ze niet willen gelooven. Hoe l) heb ik ge-
lagchen, toen hij dal verhaal 2) gelezen had! Wat
heelt hij gezegd, nadat gij geantwoord hadt? Van
welke middelen 3} zou hij zich bediend 4) hebben?