Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
steenen uit 4) de steen(jrooven 5y. Zijne vrienden
leiden hem af van zijne sindiën- Deze koopman
ontdeed (C) zich voordeelig 6) van zijne koopwaren ,
ofschoon hij de koopers 7) overvraagd lieeft. Deze
zaak zal zijnen goeden naam 8) benadeelen. en ik
voorzie, dat hij arm zal worden. Gij knnl verzekerd
%ijn 9), dal hij hem gesproken heefi, en dat hij heui
verzocht 10) heeft die zaken le verzwijgen.
1) bipn. 2) renlrailure, f. accroc, m. 4) extraire de.
5) carrière, f. 6) avantageusenieni. 7) aux aclieleurs.
8) répulalion, f. 9) être assuré. 10) prier.
VIJF EiV VEERTIGSTE LES.
Ouregelmatigc crkwoordcu in
lUb eu OIUE.
Ecrire, schrijven; ayant écrit, écrivant, écrit
A. Écris, écris, écrit; écrivons, écrivez, écrivent.
B. Ecrivais. — C. Ecrivis. — D. Ecrirai. —
E. Ècritais. F. Ecrive. — G. Écrivisse. — U. Écris,
qu il écrive^
Zoo vervoegt men al de werkwoorden die op crire
eindigen.
Dire, zeggen; ayant dit, disant, dit.
A. Dis, dis, dit; disons, dites, disent.