Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
hem eene beuzeling 10) schuldig ware. Uit vrees
dat zij ons bedrogen door schoone beloften. Ontvang
mijnen dank 11) voor 12) uwe goedheid 13). Laten
wij het belang 14) onzer pligten begrijpen. Laat hen
begrijpen, hoe ver 15) hunne onvoorzigtigheid hen
brengen 16) zal.
ï) aisément. 2) si. 2*) coupable. 3) avis, in. 4) écrire.
5) disait, nï. 6) présent, rn. 7) avec joie. 8. cependant.
9) approbation, f. 10) bagatelle, f. Il) remeroiments, m. pl.
12) de. 13) bontés, f. pl. 14) importance, f. 15j jusqu'où.
16) mener.

TWEE EN VEERTIGSTE LES.
Verdere Ouregeliuiilig^e Werkwoorden,
iu OIU.
S'asseoir, gaan zitten ; s'étant assis, s'asseyant,
assis.
A. m'assieds, f assieds, s'assied; nous asseyons, vous
assetjez, s'asseyent.
B. niasseyais. — C. m'assis. ~ i). m'assiérai, —
E 7n assiérais.
F. m'asseye. — G. m'assisse* — H. Assieds toi, qu'il
s'asseye, asseyons-nous, asseyez vous, qu ils
s'asseyent.
Men moet wel onderscheiden : je m'assieds en je
suis assis. Het eerste beteekent : ik zet mij neder ;
het tweede: ik zit, of ben gezeten. Zoo ook se
rasseoir^ weder gaan zitten,