Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
De onpersoonlijke werkwoorden (les verbes im-
personnels ou nnipersonnt'ls) worden niet met de
personen : je, il, nous, vous, ils, vervoegd ,
maar hebben in onze laai allijd het woordje//e/of 6'r,
en in het Fransch het woordje il vóór zich. In het
Fransch hebben zij geen meervoud.
Il pleut. Het regent.
11 neigera. Het zal sneeuwen.
II convient que vous soyez Hel he'aainl, dat gij leer-
dovile , zaain zijt.
Jl importe que vous ohe'is- Hel is van belang, dat gij
siez, gehoorzaaml.
II srmlde ridicule. Hel scliijnl belagchelijk.
Jl me semble que je le vois, Hel schijnt mij toe, dal ik
hem zie.
Het werkwoord avoir komt ook wel onpersoonlijk
voor i
Jl y a, Er is, of er zijn.
Jl y avait, Er was, of er waren.
Jl y eut. Er was , of er waren.
Jl y a eu, Er is geweest, of er zijn
geweest.
II y avait eu. Er was geweest, ofer waren
geweest.
Jl y eut eu. Er was geweest, ofer waren
geweest.
Jl y aura, Er zal zijn, of er zullen
Jl zijn.
y aura eu , Er zal geweest zijn, ofer
zullen geweest zijn.