Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
Ziet hier hoe het voorwerp in de verschillende
personen verandert:
Je me lave.
Tu te baignes,
Jl se nourrit,
Il s'habille, '
Nous nous rappelons.
Vous vous soutenez.
Ils se peignent.
Ik wasch mij.
Gij baadt u.
Hij voedt zich.
Hij kleedt zich.
Wij herinneren ons.
Gij iioudt u staande.
Zij kammen zich.
Somtijds is een werkwoord in het Fransch weder-
keerend , zonder zulks in het Nederlandsch te zijn ;
b. v. : se lever, opstaan ; se repentir, berouw hebben,
s'avancer, naderen; se promener, wandelen; se douter,
vermoeden, enz.
Deze werkwoorden worden altijd met het hulp-
werkwoord être vervoegd.
Je me suis imaginé. Ik heb mij verbeeld.
Tu t'es flatté. Gij hebt u gevleid.
11 s'était souvenu. Hij had zich herinnerd.
Nous nous serons corrigés. Wij zullen ons verbeterd
hebben.
Vous vous seriez trompés. Gij zoudt u bedrogen heb-
ben.
Quoiqu'ils se soient flattés, Ofschoon zij zich gevleid
hebben.
Supposé qu'ils se fussent Voorondersteld dat zij zich
comportés mal, kwalijk gedragen hadden.
In de gebiedende wijze der wederkeerende werk-