Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
Er zijn dan vijf soorten van werkwoorden , Ie weten :
L'is verbes actifs.
Les verbes neufrcs^
Les verbes passifs.
Les verbes réfléchis ou pro-
nominaux ,
Les verbes impersonnels ou
uniper sonnets.
De bedrijvende werkwoor-
den.
De onzijdige werkwoorden.
De hjdende werkwoorden.
De wederkeerende werk-
woorden.
De onpersoonlijke werk-
woorden
Gij hebt nn reeds geleerd , wat liet onderwerp en
voorwerp van een voorstel zijn. Nn , die werkwoor-
den die een voorwerp aannemen, heeten bedrijvende
werkwoorden (verbes actifs) , b. v.
JSousarrosonsnotrejardin.
Vous aiguisez ce couteau.
Ils lavent le linge ^
Je casse un carreau,
Tu emplissais une bouteille,
il aime son père.
H ij begieten onzen tuin.
Gij slijpt dat mes.
Zij wasschen liet linnengoed.
Ik hreek een glas.
Gij vuldet eene llescfi.
Hij bemint zijnen vader.
Al dia werkwoorden hebben een voorwerp bij
zich ; maar hoe is het met de volgende werkwoorden
gelegen ?
Je sors de Véglise. Ik ga uit de kerk.
Tu arrives fort à point. Gij komt juist van pas.
Il entre au jardin,
Nous dormons pendant la
nuit,
Vous courez à toute s jambe s,
Les chiens aboient.
Hij treedt in den tuin.
Wij slapen des nachts.
Gij loopt zoo hard als gij
kunt.
Dc honden blaffen.