Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
diseases by water and the
application of cold powZtices.
He was newer bled.
I hate the Zancet, but I don't
mind leeches.
I feared I should be obliged
to keep my bed.
If I must keep my room , I
would as leave keep my bed.
Pleniy of air and exercise
with moderate diet and
propev elothing are the real
sources of robust health.
CHAP. V.
Accidents.
The little boy has cut his
finger.
I knocked my knee against
the leg of the table.
Have you hurt yourself?
I ran against the open door
The wind blew the door to
and pinched his finger.
You have stepped into apudAle.
He slipped down and sprained
his ankle.
You have splashed me all
over with mud.
She fell down stairs,
Howdidyou get that blackeye?
I was oZmost squeezed to death.
A bee stung me in my hand.
A /otoer-pot fell from the
second floor-z«i?!dow.
Her gown caught on a nail.
How you have torn your coat!
te kunnen genezen, door wa-
ter en koude omslagen.
Hij is nog nooit adergelaten.
Ik haat het lancet, maar heb
niets tegen bloedzuigers.
Ik vreesde dat ik het bed
zou moeten houden, '
Indien ik mijn kamer moet
houden, dan wil ik ook
wel te bed blijven.
Veel frissche lucht en bewe-
ging, een matige levens-
wijze en goede kleeding zijn
de wezenlijke bronnen van
een krachtige gezondheid.
HOOFDSTUK V.
Ongelukken.
De kleine jongen heeft zich
in zijn vinger gesneden.
Ik heb mijn knie tegen den
poot van de tafel gestooten.
Hebt gij u zeer gedaan ?
Ik liep tegen de openstaande
deur aan.
De wind sloeg de deur toe
en knelde zijn vinger.
Gij hebt in een plas getrapt.
Hij gleed uit en verstuikte
zijn enkel.
Gij hebt mij geheel met mod-
der bespat.
Zij viel van de trappen af.
Hoe k reegt gij dat blaauwe oog?
Ik werd bijna dood gedrukt.
Een bij stak mij in de hand.
Er viel een bloempot uit een
venster der tweede verdieping.
Haar kleed haakte aan een
spijker.
Wat hebt gij uw rok ge-
scheurd !