Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
She has a palpi/ation of the
heart.
I have sprained my ankle;
dislocated my shoulder.
He has broken his coZlar
bone.
She has a stitch in the side.
My feet are all i^jstered with
walking.
How pale he looks!
He has cut his finger. It is
nothing. It is a very deep
cut; he has wjured a sinew.
He fainted away (he swooned
he fell into a swoon.)
She is subject to fainting
fits; she has the epilepsy.
He has caught a bad cough.
Is it the whooping-cough? (a)
He had a fit of coughing
which lasted half an hour.
The poor fellow is quite ex-
hausted with coughing.
The blood flies to his head;
he is red in the face.
I feel myself much better ; I
am much relieved.
My jjrfdiness is now quite
gone.
I felt quite giddy , my brain
seemed reeling.
You arc of a very sajjguine
constiiMtion.
So I should have thought by
your complexion,
/Something has got into my eye.
Is that all ? You needn't have
a doctor on that account.
Priznitz ■pretends to cure all
Zij heeft hartkloppingen.
Ik heb mijn enkel ver-
stuikt; mijn schouder is
uit het lid.
Hij heeft het sleutelbeen ge-
broken.
Zij heeft een steek in de zij.
Mijn voeten zijn vol blaren
Tan het loopen.
Wat ziet hij er bleek uit!
Hij heeft zich in den vinger
gesneden. Het is niets. Het
is een diepe sneê, hij heeft
een pees geraakt.
Hij viel in onmagt (hij viel
flaauw, in eene flaauwte).
Zij is onderhevig aan fiaauw-
ten;zij hoeft de vallende ziekte.
Hij heeft een ergen hoest. Is
het de kinkhoest?
Hij had een aanval van hoest,
die een half uur duurde.
De arme jongen is geheel
afgemat van 't hoesten.
Het bloed vliegt hem naar
het hoofd; hij is geheel
rood in zijn gezigt.
Ik gevoel mij veel beter; ik
gevoel mij verligt.
Mijn duizeligheid is nu ge-
heel over.
Ik was heel duizelig, mijn
hoofd scheen rond te draaijen.
Gij hebt een zeer bloedrijk
gestel.
Dat zou ik uit de kleur van uw
gelaat opgemaakt hebben.
Ik heb iets in mijn oog ge-
kregen.
Is dat alles ? Gij behoeft daar-
voor geen dokter te hebben.
Priessnitz beweert alle ziekten
a) Whooping-cough, uitgesproken hooping-kauf.