Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
184
i
is the side from which it
blows.
The ship has the wind right
a head, right astern.
Row the boat round under
the ship's lee.
Halyards are the ropes for
hoisting or lowering a sail.
Fore means towards the prow
or bow of the vessel; Aft
towards the stern.
Port the helm means put it
to the left.
Blocks are pulleys through
which the ropes run.
To get under weigh is the term
for heaving the anchor and
setting sail.
Toreefihe sails is to roll them
partially up and tie them fast.
To stow away is to lay the
sails aside in order.
Lower and stow the main sail!
Moorings are the anchors,
chains etc. laid at the bot-
tom of a /iarbour to con-
fine a ship.
Clap fenders over to keep her
from the quay.
The cable is the rope or chain
to which the anchor is fas-
tened.
Hawse hole is a hole in the
bow for the cable to pass.
To holystone is to scour the
decks with sand and stone.
To breech a gun is securing
it with ropes.
Buoys are small casks with a
waait. Loefteaarts is de zij-
de van waar de wind komt.
Dit schip heeft den wind juist
van voren, van achteren.
Roei de boot onder de lij van
het schip.
Halyards zijn touwen om de
zeilen op te hijschen of te
strijken.
Fore (voorop) beteekent het
voorste van het schip. Aft
(achterop) het achterste.
Het roer aan Jakioord betee-
kent het roer naar de lin-
kerzijde te draaijen.
Blocks zijn katrollen door
welke touwen loopen.
To got under weigh is de term
voor het anker ligten en
onder zeil gaan.
De zeilen reven beteekent ze
kleiner maken en vastbinden.
To stow away is de zeilen
bergen.
Strijkt en bergt hetgroote zeil.
Moorings zijn de ankers, ke-
tens enz. die op den grond
van den haven liggen om er
een schip aan vast te mee-
ren.
Sla de vrijhouten uit om het
schip van de kaai af te houden.
De cable is de kabel of ke-
ten , waaraan het anker
is vastgehecht.
Het kluisgat is een gat in den
boeg waar het ankertouw
doorgaat.
To AoZystonebeteekenthet dek
schuren met zand en steen.
Een kanon broeken is het met
touwen vastbinden.
Boeijen zijn kleine vaten met