Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
,183
The fore part of a ship is
called the stem, the bows,
prow.
The hind part is the stern.
Larboard and starboard mean
the left and right side.
The tiller is the beam for
working the rudder.
A more common expression
is the helm.
Shrouds are ranges of ropes
to support the mast seps.
The hatchway is an opening
in the deck to descend into
the hold.
Combings are frames that sur-
round the hatchways.
The quarter-deck \s that part
extending from the stern
to the main-mast.
The forecastle is a short deck
in the front part of the
ship.
The gangways are passages
between the quarter-deck
and fore-castle.
The galley is the part of a
.ship used for the cooking;
department.
The tack is the course of a
vessel with regard to the
position of her sails.
To tack is to change the course
by shifting the sails.
Leeward is the side to which
the wind blows. Windward
Het voorste gedeelte van een
schip heet de voorsteven,
de boeg.
Het achterste gedeelte is de
achtersteven, de spiegel.
Bakboord en stuurboord be-
teekent den linker en reg-
ter kant.
De roerpen is het hout, dat
dient om het roer te draai-
jen.
De gewone naam is helmstok.
De touwen, die dienen om
de masten te steunen, wor-
den want genoemd.
Luiken zijn openingen in het
dek , die tot het inwendige
van het ruim toegang ge-
ven.
Combins zijn randen of hoof-
den om de luiken.
Het halfdek is het achterste
gedeelte van het schip, tot
aan den grooten mast.
De voorplecht (de bak) is een
kort verdek, vóór op het
schip.
De loopplanken zijn gangen
tusschen het hafdek en den
bak.
De kombuis is een gedeelte
van het schip, waar de
keuken is.
Tack is de loop van een schip
met betrekking tot den stand
der zeilen.
Laveren beteekent den loop
van het schip te verande-
ren, door de zeilen te wen-
den.
Aan. lij (lijwaarts) is aan die
zijde waar de wind heen