Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
,148
He had a small peible in the
near fore-hoof.
Do take the reins a moment
while I button my coat up.
Pull up quickly! There's a
young child crossing the road.
If you're not tired we may take
a ride on /iorseback after
dinner.
In English we say »to ride
OH horseback" and t to drive
in a carriage."
All the mangers ai'e of stone.
This mare hasn't been fresh
bedded,
Tom ! Tie up the pony; his
halter's loose.
Where's the stable-boy? —
He's up in the hay-loft.
Tell him to shove down some
more hay into the racks.
Go and fetch the key of the
corn-bin.
Don't touch that chestnut
horse; he's apt to kick.
See how he pricks his ears
when you go near him!
What a handsome bay gelding
that is!
My father wanted to have
his tail cropped.
You'd better loosen the crup-
pers.
That dapple grey is my gig-
horse.
I sometimes saddle him, but
he's weak in the knees.
It's dangerous mounting a
horse that's much accus-
tomed to draw.
You've not seen my father's
black hunter.
He's one of the strongest
Hij had een keisteentje in
den linker voorhoef.
Neem een oogenblik de teugels,
terwijl ik mijn rok toeknoop.
Houd op! Er gaat een kind
over den weg.
Zoo gij niet vermoeid zijt, zul-
len wij dezen middag een
ridje te paard doen.
Men gebruikt ride voor te
paard en drive voor in een
wagen rijden.
Al de kribben zijn van steen.
Deze merrie heeft geen versch
stroo.
Thomas! bind den hit vast;
de halster is los.
Waar is de staljongen? — Hij
is boven op den hooizolder.
Zeg hem dat hij wat meer
hooi in de ruif doe.
Ga den sleutel van de haver-
kist halen.
Raak dat vospaard niet aan ;
het slaat wel eens.
Zie hoe hij de ooren opzet als
gij digt bij hem langs gaat.
Welk een mooije, ligtbruine
ruin is dat!
Mijn vader wilde hem den
staart laten afsnijden.
Het zou beter zijn dat gij den
staartriem losmaaktet.
Die appelschimmel is mijn
glgpaard.
Somtijds rijd ik er op , maar
hij is te zwak in de knieën.
Het is gevaarlijk op een
paard te rijden, dat gewoon
is te trekken.
Gij hebt het zwarte jagtpaard
van mijn vader niet gezien.
Het is een van de sterkste