Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
,143
Slie lies outsid«. We must row
out to her in a small boat.
Don't stow away my luggage
till I come down.
Stop by the luggage till we
come.
The water is very rough. IIow
the boat tosses!
Must we clamher up that rope
Zat/der?
Thank God ! we are safe on
board.
You'd better remain on declt;
it's very close helow.
Here on deck you've only
the smell of tar.
That is the most /iorrid stench
I know off.
But we must go down and
take our berths.
I'll go down and take one
for each of us.
Choose one for me as near
the centre of the vessel as
possible.
I really must go and lie down.
I feel very sick.
Would you like a spoonful or
two of brandy ? A little
brandy and water?
I wish I could have a cup
of coffee without cream !
-Steward ! bring a wash-hand
Aosin here.
You were wrong not to cat
more , before you came on
board.
Sea-sickness is a shocking
sensation on an empty
stomach.
Zij ligt buiten. Wij moeten
er in een bootje heenroeijen.
Berg mijn bagaadje niet weg,
voor dat ik beneden kom.
Blijf bij de bagaadje, totdat
wij komen.
Het water is zeer onstuimig.
Wat schommelt de boot.
Moeten wij op die touwlad-
der klimmen?
God zij dank, wij zijn be-
houden aan boord.
Het was beter, dat gij op
het dek bleeft; het is be-
neden zeer benaauwd.
Hier op hetdek hebt gij slechts
den reuk van de teer.
Dat is de verfoeijelijkste stank
dien ik ken.
Maar wij moeten naar bene-
den gaan en onze kooijen
nemen.
Ik zal naar beneden gaan en
er voor elk een nemen.
Kies er voor mij een, zoo
digt mogelijk bij het mid-
den van het schip.
Ik moet werkelijk gaan lig-
gen.
Ik gevoel mij zeer ziek.
Wilt gij teen paar lepels bran-
dewijn? Een weinig bran-
dewijn en water.?
Ik wenschte wel een kop
koffij zonder room te hebben.
Hofmeester! breng hier een
waschkom.
Gij hebt verkeerd gedaan, om
niet meer te eten, voor
dat gij aan boord kwaamt.
De zeeziekte is een zeer on-
aangenaam gevoel, wanneer
de maag ledig is.