Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
,137
Do jou go by the mail or
the express.
Mails are g'overnment trains
and carry the letters.
We shall dine at the next
station.
How long shall we stop?
You'll have but half an hour
for dinner, Sir.
You'll find dinner on table
the moment you arrive.
Waiter, I want to wash my
hands.
Don't forget a piece of soap.
Waiter, bring me a pint of
porter.
Hand me the beef, mutton,
potatoes, pudding.
Bring me some bread , a roll.
I should like to have a glass
of ale.
Let me have half a pint of
port, sherry.
Is there any coffee ready ?
Ladies and Gentlemen, the
train'll be off in five min-
utes.
Not a moment to lose!
Waiter, take my money.
Here are three shillings , you
may keep the change.
Is that (S'aZwbury I see in the
distance ?
It can't be above five miles
off.
Here we are at our journey's
end.
How quick we've come this
last station.
Gaat gij met den post of met
den sneltrein?
il/ai7-trains zijn door de rege-
ring gehuurd om de brieven
meê te nemen.
Wij zullen aan het volgende
station eten.
Hoelangzullen wij stilhouden?
Gij zult slechts een halfuur
tijd hebben om te eten.
Gij zult het eten bij uwe aan-
komst op tafel vinden.
Jan, ik wou mijn handen
wasschen.
Vergeet de zeep niet.
Jan, breng mij een kan por-
ter.
Geef mij het rundvleesch,
schapenvleesch, de aard-
appelen , pudding.
Geef mij een stukje brood,
een broodje.
Ik wod wel een glas ale heb-
ben.
Geef mij een halve kan port-
wijn, Xeres.
Is er koffij gereed?
Dames en Heeren, de trein
vertrekt over 5 minuten.
Er is geen oogenblik te ver-
liezen.
Jan, hier is mijn geld.
Hier zijn 3 shillings, gij
moogt het overige houden.
Is dat Salisbury dat ik in
de verte zie?
Het kan slechts vijf mijlen
ver zijn.
Hier zijn wij aan het einde
van onze reis.
Hoe spoedig zijn wij aan dit
laatste station gekomen.