Boekgegevens
Titel: Teekenschool voor eerstbeginnenden
Deel: No. 3
Auteur: Deelstra, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. FOL 671
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200499
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Teekenschool voor eerstbeginnenden
Vorige scanScanned page
BERICHT BIJ DEN DERDEN DRUK

van de

GAHIEB N°. 4.
De vijfde druk van cahier I zal, op verzoek van sommige hoofden van scholen, in tweeërlei formaat
verschijnen: a 27 bij 22 cM. en b 18 bij 22 cM. De oefeningen blijven dezelfde, zoodat formaat b 24 in
plaats van 16 pagina's zal bevatten.
De vergrooting der ruiten van i tot 2V4 cM® schijnt algemeene goedkeuring te verwerven.
De derde druk van cahier No. III is geheel omgewerkt. Ik ben teruggekeerd tot het denkbeeld, ver-
wezenlijkt in den eersten druk van cahier III, inzooverre dat de afbeeldingen v^n voorwerpen, die in den
2" druk geheel waren weggelaten, nu weer eene vrij ruime plaats tnsschen de andere teekeningen iHnemen.
Verder zijn de voorbeelden wat donkerder gekleurd, zoodat zij scherper uitkomen.
Ook de derde druk van cahier IV is geheel gewijzigd. Vooreerst zijn de ruiten hier eveneens grooter
genomen, ten tweede heb ik de ruiten spoedig door stippen vervangeft en ten derde zijn er enkele voorbeelden
in opgenomen, die door de leerlingen vergroot moeten worden.
Aan ht,t verlangen van sommige gebruikers om eenige oefeningen in het plaatsen van stippen op het
geruite vlak als vooroefening tot het- teekenen wordt bij dezen voldaan. In overleg met den Uitgever heb ik
een „Voorloóper van de Teekenschool" samengesteld. Deze bevat symmetrische en zooveel mogelijk aangename
figuren van kleine en groote stippen.
Omtrent doel en gebruik van de Teekenschool volgt hier met eenige wijziging het Bericht bij den
eersten druk gegeven.
Deze Teekenschriften zijn bestemd voor de Lagere School. Zij vormen een' cursus voor eerstbeginnen-
den, die in 6 cahiers (en een Voorlooper) compleet is.
De Teekenschool bevat eene reeks opklimmende oefeningen, die den leerling in staat zullen stellen eenige
vaardigheid te verkrijgen in het hanteeren van het teekenpotlood, in het trekken van rechte en gebogen
lijnen. Het i' Cahier bepaalt zich tot de rechte en schuine lijn^es. In het 2' cahier zijn deze tot eenvoudige
figuurtjes gecombineerd.
In het 3' cahier worden de lijnen grooter, het arceeren begint.
Het 4* cahier behandelt de gebogen lijnen; in het 5' volgt voortzetting en toepassing daarvan.
In het 6' heb ik afbeeldingen van eenvoudige voorwerpen gegeven om daarmede den cursus te besluiten.
Wat betreft de wijze van gebruik, ik stel me voor, dat men in het 2' leerjaar met het onderwijs in
het teekenen begint. Besteedt men aan dit onderwijs één uur per week, dan zal men, langzaam voortgaande,
bij het «inde van den zesjarigen schoolcursus deze „Teekenschool" hebben doorloopen.
Ten slotte nog eene enkele opmerking over de manier van teekenen Teekenen en schrijven zijn twee.
Toch ziet men daarin dikwijls, vooral in de lagere klassen, weinig verschil. Bij schrijven en teekenen beide
laat men de lijnen in eens doortrekken. Voor het schrijven is dit noodig; bij het teekenen dient men dit
m. i. streng te vermijden. In verband hiermee staat de houding van de hand. Ook hier wordt het verschil
tusschen schrijven en teekenen niet genoeg in acht genomen. Men dient te teekenen „met losse hand,"
„ä main levée," zooals de Franschen het zeer juist uitdrukken. De arm, niet de hand, moet op de tafel
rusten. ' De hand is dan vrijer in hare bewegingen. Van het begin af moet hierop zorgvuldig gelet wordeh.
Eenige oefeningen in het houden van potlood zullen niet overbodig zijn.
Gegronde op- en aanmerkingen zullen mij steeds welkom zijn.
«
Groningen, Juni 1890. F- DEELSTRA.