Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1881
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3028
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200462
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
6. Het gezegde kan bestaan uit een ipersoons] vorm van
het werkwoord: De knaap leeH ^ Hij leerde; Hij
heeft ^geleerd; Hij had geleerd; Hij zal lee-
ren; Hij zal geleerd hebben; Hij zoude lee-
ren; Hij zou Igeleerd hebben; Ik viel; Ik ben
gevallev; Ik zal gevallen zijn; enz.
VOORBEELDEN.
De meester spreekt — enkelvoudige volzin.
De meester — onderwerp.
spreekt — gezegde.
Luister — enkelvoudige volzin.
Luister — gezegde.
gij — verzwegen onderw.
OPGAVEN.
Een leerling leert — Leerlingen cijferen — De knaap teekende —
De leeuw brult — De sneeuw smelt — Vogels zingen — Menschen
spreken — Ik roep — 't Schip zeilde — Het vischje spartelt — Het
beekje kabbelt — Het muschje tjilpt — De zee golft — De baren
bruischen — De winden ruischen — De stormwind loeit — De wer-
velwind fluit — Wg vorderden — Menigeen struikelt — Weinigen
geloovon — Duizenden slapen — De eene bidt — De andere vloekt —
Men riep — Niemand hoorde — Iemand luisterde — Leert gijl —
Werkt gijl — Bid! — Arbeidt! — Schrijf! — Rekent! — De vul-
kaan rookte — Steenrotsen splijten — Bronnen ontspringen—Beken
vlieten —Vader komt —Moeder vertrekt —Een vader vermaande —
De Heiland zegende — Napoleon heerscht — Poes spint — Fidel
blaft — De kikvorsch wrokt — Kwartels slaan — Wolven huilen —
De smid smeedt — De schipper vaart — De leerling ontleedt — De
koekoek heeft geroepen — De hagel is gevallen — Het vaartuig zal
stranden — Het bootje zal gezonken zijn—De koning zal regeeren —
De klerken zouden schryven —Teekende de knaap? — Brult de
leeuw ? — Smelt de sneeuw ? — Bloeit de roos ?