Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1881
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3028
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200462
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
De dubbele punt 8Laat vóór aangehaalde voor-
werpszinnen: Jezus zeide : i^Heb God lief boven alles
en mven naaste als u zelven.^'
3®. De dubbele punt staat vóór bijstellingen, die uit
eenige nevengeschikte zindeelen bestaan: Er zijn
vier jaargetijden: Lente, Zomer ^ Herfst cn Winter.
Men mag ook schrijven : Er zijn vier jaargetijden,
als: Lentey Zomer, Herfst en Winter, terwijl men
in plaats van als, ook namelijk , of te weten, en
soms dat is plaatsen kan.
36. Het vraagteeken en uitroepingsteeken dienen om den
toon te kennen te geven, waarop zekere soort van
volzinnen moeten gelezen worden.
37. Het vraagteeken staat na elke rechtstreeksclie vraag :
Komt gij? — Uij vraagde nnj: Waar komt gij van-
daan?— Hij vraagde mij, waar ik vandaan kwam.
38. Het uitroepingsteeken staat wa aangesproken personen
en tusschenwerpselsj en na allerlei zinnen, die een
wensch, begeerte, gebod, of verbazing, bewondering ,
smart, vreugde enz. te ketmen geven: Jan! kont hier;
Ach! gij doet mij zeer; Kwame hij toch! o Hoe heer-
iijk! God zij geloofd! (Zie § 20 en 23).
39. Tot de teekens, die eenigermate de betrekking der
zinnen aanduiden, behooren verder: de aanhahngs-
teckens, de gedaciUenstreep en de haakjes,
-iO. De aanhalingsteekem staan vóór aangehaalde voor
werpszinnen: God zeide: y>Daar zij licht^\ endaar
was licht.
41. De haakjes ot lusschenstellingsteekens sluiten woor-
den of zinnen in, die als verklaring tusschen de leden
van andere zinnen ingelascht worden; b. v. Hij {mi-
nister) zeide. dat het ongeoorloofd was; Op onze