Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1881
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3028
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200462
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
70. Eeu rein geweten siddert niet,
Daar 't kwade voor een schaduw vliedt.
71. Wie ouders mint en eert op aard,
Is God en menschen (3n.) lief en waard.
72. Wie op den hoogen God vertrouwt,
Heeft op een vasten grond gebouwd.
73. Al is een diertje nog zoo klein,
Het kan ons, menschen, nuttig zijn.
74. Die werkt met lust,
Verlangt geen rust.
75. De leerling, die deze gemengde opgaven behoorlijk ontleedt,
bezit eene voldoende kennis van de nevenschikkende en de
onderschikkende zinsverbinding.
IIL DE VERKORTE ONDERGESCHIKTE VOLZIN.
30. De ondergeschikte volzin is soms vatbaar voor ver-
korting. Daardoor verliest hij den vorm van een
volzin, en schijnt slechts een deel van den hoofdzin.
OPGAVE N.
1, Verkorte onderwerpszinnen.
U weder hier te zien. verheugt mij ( — Dat ik u weder hier zie,
verheugt mij) — Het betaamt den leerling, bescheiden te wezen, of:
Bescheiden te wezen, betaamt den leerling [ Dat hij bescheiden is^
betaamt den leerling {3n.)] — Het is mijne gewoonte niet, mijn
woord niet te houden — U te behagen, was zijn hoogste wensch —
Zijnen ouders genoegen te geven, was zijn eenig streven — Het is