Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1881
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3028
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200462
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
hij komt — Bedenk, wat gij doet — Men vraagt, of de regenboog
reeds vóór den zondvloed gezien is — Vertel mij, waarmede ik u
dienen kan — Schrijf mij, waar gij zijt — Heeft hij u gezegd, wie
zijn vriend is? —Men heeft reeds voorlang erkend dat onze aarde
zich om de zon beweegt— Stel niet tot morgen uit, wat gij heden
doen kunt — Zij begrepen, dat het nu te laat was — Ziet gijniet,
dat het regent ? — Hij wist, dat het drie uur was — Salomo zeide:
pDe vreeze des Heeren is het beginsel der wijsheid." — God sprak:
„Daar zy licht!"
VOORBEELDEN.
Dat hij aangekomen is, verheugt mij — Samengestelde vol-
zin, bestaande uit een hoofdzin en een ondergeschik-
ten onderwerpszin.
verheugt my — bep. bev. enk. eigenschapsz., de hoofd-
zin , waarvan de onderwer|iSZïn het
onderwerp uitmaakt.
Dat hij aangekomen is — onb. bev. enk. eigenschapszin, de
onderwerpszin.
Dat hij aangekomen is — ond.
verheugt mij — uitgebr. gezegde.
mij — bep. van verheugt.
Ontleding van den onderwerpszin.
Dij — ond.
is aangekomen — gez.
Zy blijven niet wat ze zijn — Samengest. volzin, bestaande
uit een hoofdzin en een ondergeschikten gezegdeszin.
Zij blijven niet — onb. ontk. enk. eigenschapszin, hoofdzin.-
wat ze zijn — onb. bev, enk. eigenschapszin, gezegdeszin.
— ond.
blijven niel wat ze zijn — uitgebreid ontk. gezegde.