Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
hersenpan, dieHirn"8cha'-
le, 5.
hersenschim, das Hirn"-
gespenst", 3.
hersenschimmig, chimä'-
risch.
herstel, die Gene'sung.
herstellen, (beter worden:)
genesen; wieder auf-
kommen; (repareeren:)
reparieren.
hert, der Hirsch, 1.
hertenkamp, der Hirsch"-
gar'ten, 2*.
hertog, der Her'zog, 1*.
hertogdom, das Her"zog-
tum', 3*.
hertogelijk, her"zog'lich.
hertogin, die Her'zogin, 5.
hertrouwen, sich wie'der
verhei"ra'ten.
hertshoorn, das Hirsch'-
horn.
hervatten, erneu'ern ; wie-
der aufnehmen,
hervatting, die Erneu'-
erung, 5, die Wieder-
ho'lung, 5, die Wie'der-
auf nähme.
Hervormden, die Refor-
mierten.
hervormer, der Reforma'-
tor (mrv.: -mato'ren).
hervorming, die Reforma-
tion', 5.
heuglijk, erfreu'lich, denk-
wür'dig.
heuvel, der Hü'gel, 2.
heuvelachtig, hü'gelicht.
hevig, heftig.
%acmi, die Hyacin'the, 5.
hiel, die Fer'se, 5.
hier, hier.
hiernamaals, der'einst';
jen'seits ; hel leven hier-
namaals, das Le'ben
im Jen'seits.
hik, das Schluch'zen; der
Schluc'ken.
hinde, die Hin'din, 5.
hinder, das Hiu"dernis', 1.
hinderlijk, hin"derlich'.
historie, die Geschich'te,
5.
i historisch, geschicht'lich.
hitte, die Hit'ze.
hobo, die Hoboe', 5.
hoe, wie.
hoed, der Hut, 1*.
hoededoos,
die Huf'schach'tel, 5.
hoedenmaakster,
die Huf'macherin, 5.
hoedenmaker,
der Hut"ma'cher, 2.
hoef, der Huf, 1.
hoefbeslag,
der Huf'beschlag.
hoefsmid,
der Hufschmied, 1.