Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
hardvochtig, harf'her'zig.
harig, haa'rig.
haring, der He'ring, 1.
hark, die Har'ke, 5.
harken, har'ken.
harlekijn, der Hanswurst',
1; der Pic'kelhering, 1.
harmonie, die Harmonie',
5.
harmonieeren, harmonie'-
ren.
harmonieus, harmo'nisch.
harnas, der Har'nisch, 1;
{voor paarden;) das
Geschirr', 1.
harp, die Har'fe, 5.
harpspeler, der Har"fen-
spie'ler, 2, der Harf-
ner, 2.
harrewarren, zan'ken.
hars, das Harz.
hart, das Herz, 4.
hartelijk, herz'lich.
harlenaas, des Herzas', 1.
hartig, gesal'zen; ge-
wür'zig.
hartklopping,
das Herz'klop'fen.
hartstocht, die Lei"den-
schaft', 5.
hartstochtelijk,
lei"denschaft'lich.
hatelijk, gehäs'sig.
haten, has'sen.
haveloos, zerlumpt'.
haven, der Ha'fen, 2*.
havenhoofd, der Ha"fen-
damm', 1*.
havenstad, die Ha"fen-
stadt', 1*.
haver, der Ha'fer.
om een haverklap, je'den
Au"genblick'.
havik, der Ha'bicht, 1.
haviksneus, die Ha"bichts-
na'se, 5.
hazardspel, das Hasard'-
spiel, 1.
hazenlip, die Ha"sen-
schar'te, 5.
hazepeper, das Ha"sen-
klein',°der Ha"senpfef-
fer.
hazenwindhond,
der Wind'hund, 1.
hazelnoot, die Ha"selnuss',
1*.
hebzuchtig, hab"süch'tig.
hechten, heften; bei'le-
gen; bei'messen.
in hechtenis, in Haft.
hechtpleister, das Heft"-
pfla'ster, 2.
heden, heu'te.
heel, ganz.
heelen, hei'len, gene'sen.
heelhuids, un"verletzt'.
heelkunde, die Wund"-
arznei'kunde; die
Heil"kunde'.