Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
genieten, genie'ssen.
genoeg, genug.
genoegen, das Vergnü'gen,
{mrv.: die Vergnü"gun'-
gen).
genoeglijk, an'genehm.
genoegzaam, genü'gend.
genoodigden, die Gä'ste.
genootschap, die Gesell'-
schaft, 5; der Verein',
1.
genot, der Genuss', 1*.
geographie, die Geogra-
phie'.
geoorloofd, erlaubt'.
gepatenteerd, patentiert'.
gepeupel, der Pö'bel.
geraamte, das Gerip'pe, 2;
das Skelett', 1.
geraas, der Lärm, das
Getö'se.
het gerecht {op tafel), das
Gericht', 1.
het gerecht, das Gericht',
1.
gerechtelijk, gericht'lich.
(gerechtigd, berech'tigt,
befugt'.
gerechtskosten, die Ge-
richt8"ko'sten.
, gereed, bereit'; fer'tig.
gereedelijk, oh'ne wei'-
teres.
gereformeerd, reformiert'.
geregeld, re"gelmä'ssig.
gerieven, herfen,zu Dien'-
ste ste'hen.
geringst, geringst'.
gerst, die Ger'ste.
gerucht, das Gerücht', 1.
gerust, ru'hig.
het geschenk, das Ge-
schenk', 1.
geschieden, gesche'hen.
geschiedenis,
die Geschich'te, 5.
geschikt, schick'lich,
dien'lich.
geschut, das Geschütz', 1.
geschutgieterij, die Stück"-
giesserei', 5.
geslacht, das Geschlecht',
3; 't schoone geslacht,
das schö'ne Ge-
schlecht'.
geslepen, geschliffen,
schlau.
gesp, die Schnal'le, ö.
gespikkeld, gespren'kelt,
getüp'felt, bunt.
gesprek, das Gespräch', 1.
gespuis, das Gesin'del.
gestalte, die Gestalt', 5.
gestel, die Konstitution',
gestoffeerde kamers,
möblier'te Zim'mer, 2.
gestreng, gestreng'.
getal, die Zahl, 5.
getrouw, treu.
getrouwd, verhei"ra'tet.