Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
gearmd, Arm in Arm.
gebak, das Gebäck', 1.
een gebakje, ein Gebäck'-
chen, 2; een Tört'chen,
2.
gebarenspei, das Geber"-
denspiel', 1.
gebed, das Gebet', 1.
gebeuren, gesche'hen,
vor"fal'len, sich bege'-
ben, sich ereig'nen.
gebeurtenis, das Ereig'nis,
gebieden, befeh'len.
het gebit, (tanden) das
Gebiss', 1; (van paar-
den), das Zü"gelei'sen,
das Mund'stück.
gebod, das Gebot', 1.
geboorte, die Geburt.
geboren, gebo'ren.
gebouw, das Gebäu'de, 2.
gebraden, gebra'ten.
gebrek aan, der Man'gel
an; bij gebrek aan beter,
in Erman'gelung eines
bes'seren; gebrek lijden,
Armut' leiden.
gebroeders, die Gebrü'der.
gebroken, gebro'chen.
gebruik, der Gebrauch',
1*.
gebruikelijk
gebräuch'lich.
gebruiken, gebrau'chen.
gecostumeerd, kostümiert';
gecostumeerd bal, der
kostümier'te Ball, 1*.
gedaan, getan'.
gedaante, die Gestalt', 5.
gedachte, der Gedan'ke,5.
gedeelte, der Teil, 1.
gedeeltelijk, teil"wei'se.
gedenkteeken, das Denk'-
mal, 1 en 2*.
gedenkwaardig,
denk"wür'dig.
het gedicht, das Gedicht',
1.
gedienstig,
diensf'gefäl'lig.
het gedistilleerd,
gei'stige Geträn'ke.
( das Betra'gen.
gedrag, | die Auf'füh'-
f rung, 5.
zich gedragen, zich be-
tra'gen, sich auf'füh'-
ren, sich beneh'men.
gedrang (van menschen),
das Gedrän'ge.
gedrocht, das Un"geheu'-
er, 2.
gedruisch, das Getö'se,
der Lärm.
geduld, die Geduld'.
geduldig, gedul'dig.
gedurende, wäh'rend,
(2e nv.).
gedurig, an"hartend, be-