Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
dak, das Dach, 3*.
dakgoot, die Dach"rin'ne,
5.
dakvenster, das Dach"fen-
ster, 2.
dal, das Tal, 3*.
damast, der Damast'; 1.
dambord, das Dam'brett,
das Da"menbrett'.
dame, die Da'me, 5.
dammen, Da'me spielen.
damp, der Dampf, 1* ;
{ook:) der Dunst, 1*.
dampkring, der Dunst'-
kreis, 1. die Atmos-
phä're, 5.
dank, der Dank.
dankbaar, dank'bar.
danken, dan'ken.
het dankgebed doen, das
Dank"gebet' verrich'-
ten.
dans, der Tanz, 1*.
dansen, tan'zen.
danseres, die Tän'zerin, ö.
danszaal, der Tanz'saal,
1* {mrv,: -sale).
dapper, tap'fer.
dapperheid, die Tap'fer-
keit.
darm, der Darm, 1*.
dartel, mufwil'lig.
dartelen, tän'deln, scher'-
zen.
das, {halsdoek:) die Hals"-
bin'de, 5 ; {een dier:)
der Dachs, 1.
dashond, der Dachs'-
hund, 1.
dat, dass.
dateeren, datie'ren.
datum, das Da'tum {mrv.:
die Data).
dauw, der Tau.
dauwdroppel,
der Tau"trop'fen, 2.
daveren, dröh'nen,
daverend, betäu'bend.
debat, die Debat'te.
debiet, der Ab'satz, der
Verkauf.
debitant, der Ab"set'zer.
debiteur, der De'bitor, 4,
{mrv.: -toren) ; der
Schuld'ner, 2.
decatiseeren, dekatie'ren.
December, der Dezember.
decideeren,s\ch entschlie'-
ssen.
het decoratief, die Dekora-
tion', 5.
decoreeren, dekorie'ren.
deeg, der Teig.
het deel, {gedeelte:) der
Teil, 1.
deelachtig aan, teil'haft
{mit Genitiv),
deelneming, die Teil"nah'-
me.
deels, teils.